Hoor de wind waait door de bomen,
hier in huis daar waait de wind.
Zou de goede Sint wel komen,
nu hij ’t weer zo lelijk vindt.
Nu hij ’t weer zo lelijk vindt.
Ja, hij rijdt in donkere nachten,
op z’n paardje oh zo snel.
Als hij wist hoe zeer wij wachten,
ja gewis dan kwam hij wel.
Ja gewis dan kwam hij wel.